Lentekriebels in de nazomer

31 oktober 2016
‘Middenvelder’, zal bij menig voetbalnaslagwerk achter de naam staan van Willem Janssen. Die omschrijving behoeft wellicht uitbreiding. ‘Middenvelder van 2004 tot 2016, verdediger sinds 2016’, past beter. Een gesprek met Janssen (30). Over lentekriebels in de nazomer.
Ontwikkel je software, dan wil je die graag laten beveiligen door wat eens hackers waren. Maak je anti-inbraakproducten, dan is er geen beter testpanellid dan een voormalig lid van het dievengilde. Wil je in het voetbalveld je defensie dichttimmeren, dan is het helemaal zo’n gek idee nog niet dat te doen door iemand die er jarenlang een gewoonte van maakte de verdediging van andere teams te ontregelen.

En dus is het eigenlijk helemaal zo gek nog niet, dat Willem Janssen bij FC Utrecht een linie is teruggezakt. Van offensieve middenvelder, naar slot op de deur. De in het Limburgse Well opgegroeide voetballer wéét hoe offensief ingestelde spelers denken. Ooit was hij één van hen. “Mijn nieuwe rol bevalt me. Ik merk dat ik het prettig vind dat ik nu van áchter de bal speel”, vertelt Janssen in de deze zomer volledig vernieuwde ’t Wed & Waard Lounge in Stadion Galgenwaard. “Al heb ik ook al met de keerzijde kennisgemaakt. Iedere verkeerde keuze die je in de laatste linie maakt, levert een doelkans op voor de tegenstander.”
 
Nadenken
“Het aanvallen mis ik, gek genoeg misschien, niet. Met mijn ervaring ben ik nu van waarde. Dat wordt ook van me gevraagd. De wedstrijd lezen, mensen neerzetten, de organisatie in het veld bewaken”, omschrijft hij enkele van zijn taken. “Als aanvaller gaat het veel meer uit van je intuïtie. In mijn nieuwe rol niet. Ik was misschien wel toe aan deze stap. Vanuit mijn nieuwe positie heb je meer in de gaten: waar gaat het mis? Waar moeten we bijsturen? Ik loop inmiddels al wat jaartjes mee. Door de seizoenen heen ga je als speler in het veld steeds meer nadenken. Misschien ging dat ook wel ten koste van de frivoliteit naar voren toe, tijdens mijn laatste jaren als middenvelder. Ook dáárom past deze rol me.”
 
Eén geluk heeft Janssen alvast. De in Nijmegen geboren en bij VVV-Venlo doorgebroken voetballer wordt geflankeerd door Ramon Leeuwin en weet dat achter hem slot op de deur Robbin Ruiter staat. Leeuwin en Ruiter: allebei dragen ze al de nodige voetbalbagage met zich mee. Ze kennen het klappen van de zweep in de Eredivisie. “Wij communiceren heel veel met elkaar”, vertelt Janssen. “Ook individueel, op detailniveau. Ramon en Robbin helpen me. Ook in het veld praten we voortdurend met elkaar. Dat wordt centraal in de verdediging ook van je verlangd. Als je daar iedereen goed neerzet – je backs, je middenvelders – dan maak je het jezelf ook een stuk makkelijker. Wij doen dat alle drie.”
 
Lentekriebels
“Het gaat steeds beter”, maakt Janssen voorzichtig een tussenbalans op. “In het begin tastte ik nog weleens mis met het inschatten van diepte. Kijk, we willen heel veel opduwen, het compact houden. Als de tegenpartij de bal terugspeelt, dan duwen wij op; lopen we dus als laatste linie naar voren. Daar bleef ik wel eens te ver naar voren staan, te hoog. Daardoor kon de tegenstander de bal simpel over me heen spelen, in mijn rug. Vroeger was ik zelf degene die dat soort passes gaf, haha. Nu merk ik dat ik die situaties beter inschat. Je moet vaak in situaties terechtkomen om er routine in te krijgen. Neem ook Vitesse-uit. Ik nam te veel risico bij het indribbelen, verloor de bal. Dat was ook zo’n leermoment.”
 
Leren. Ontwikkelen. Er zijn dertigjarige voetballers die je er niet over hoort praten. Janssen wél. De in Houten woonachtige FC Utrecht-captain mag qua leeftijd dan in de nazomer van zijn loopbaan zitten, hij voelt dit seizoen steeds weer lentekriebels als hij zijn auto naar Zoudenbalch stuurt. “Vanaf de allereerste minuut dat ik in de verdediging kwam te spelen, maakte me dat heel fris. Kijk, ik ben iemand die er dan ook meteen alles aan doet om heel snel te verbeteren, hè. Iedere trainingsvorm grijp ik aan om te leren. Ik praat veel met andere verdedigers en de trainers over detailsituaties. Individueel werk ik aan mijn passing. Ik merk: het maakt je fris om je een nieuwe rol eigen te maken. Het voelt alsof ik weer een stuk jonger ben, haha. Het is allemaal weer nieuw. Soms heb je een impuls nodig in je carrière. Of je verandert van omgeving, of je verandert van rol. Mijn nieuwe rol heeft mij een heel sterke impuls gegeven. Ik voel me er prettig bij.”